Iberofries.be



home

eigenschappen

een woordje uitleg

aanbevolen hengsten

te koop

links

contact

inteelt
Door voortdurend gebruik te maken van dezelfde genen, en daarbij op oordeelkundige wijze te selecteren, kan men bepaalde eigenschappen genetisch vastleggen. Op deze manier zijn rassen tot stand gekomen met zeer karakteristieke en sterk gewaardeerde eigenschappen op gebied van exterieur, karakter en/of prestaties.
De mate van inteelt kan worden uitgedrukt met het verwantschapspercentage. Het verwantschapspercentage is het inteeltpercentage over alle bekende generaties, en niet alleen over de laatste 5 generaties.
Bij de Friese stamboekhengsten ligt het gemiddelde verwantschapspercentage met de merriepopulatie op ongeveer 17.5%. Anders geformuleerd hebben een lukraak gekozen merrie en dekhengst 35% van hun genen gemeenschappelijk(=2x het verwantschapspercentage).

. aantal gemeenschappelijke genen
broer en zus in normale populatie 50%
vader en dochter in normale populatie 50%
gemiddelde in Friese stamboek tussen merrie en dekhengst 35%
halfbroer en halfzus in normale populatie 25%

homozygoot
In ieder genenpaar zijn er 2 genen. Het ene gen is afkomstig van de moeder, het andere van de vader. Als er in een genenpaar 2 identieke genen voorkomen, spreken we van een homozygoot genenpaar.

heterozygoot
Als er in een genenpaar 2 verschillende genen voorkomen, spreken we van een heterozygoot genenpaar.

inteeltdepressie
Als de inteelt toeneemt, verhoogt het aantal homozygote genenparen en vermindert het aantal heterozygote genenparen. Bij ieder paard, ook bij de "topverervers", zitten er minder goede genen. Bij een verhoging van het aantal homozygote genenparen, verhogen ongewild ook het aantal homozygote genenparen met minder goede genen. Hierdoor vermindert de vruchtbaarheid, verkort de gemiddelde gezonde levensduur, vermindert het uithoudingsvermogen en verhoogt de gevoeligheid voor ziekten en allergieŽn.
Deze totale achteruitgang in gezondheidseigenschappen noemt men inteeltdepressie.
Als in een gesloten stamboek een populaire hengst drager is van een afwijkend gen, dan kunnen na enkele generaties enorm veel dragers en lijders ontstaan, met als gevolg "rastypische gebreken".
Voorbeelden van rastypische gebreken bij Friese paarden zijn dwerggroei, waterhoofd, SME (staart en maneneczeem of zomerschuren), het aan de nageboorte blijven van de merrie na het veulenen, slokdarmproblemen, navelbreuk, klophengsten, aortaruptuur,...
Voor de volledigheid moet er aan toegevoegd worden dat er nog veel meer erfelijke aandoeningen zijn die helemaal niet voorkomen in het Friese stamboek. Er zijn zeker niet meer minderwaardige genen te vinden in dit stamboek dan in een ander stamboek. Het probleem is vooral dat door de extreem hoge inteelt de kans dat een minderwaardig gen gekoppeld wordt aan een identiek minderwaardig gen heel hoog is.

heterosis
In de loop van de evolutie zijn er van de meeste genen verschillende variantes ontstaan. Sommige van die variantes zijn ronduit minderwaardig, en vormen bij een combinatie met een identiek minderwaardig gen een gezondheidsprobleem. In andere gevallen is een versie van een gen goed voor een bepaalde eigenschap, en is een andere versie iets beter voor een andere eigenschap. Een combinatie van 2 verschillende genen zorgt gemiddeld voor een voordeel ten opzichte van de combinatie van 2 identieke genen. De algemene regel is: hoe meer heterogene genenparen, hoe groter het gezondheidsvoordeel. Indien men 2 verschillende rassen kruist, bestaat in de eerste generatie ieder genenpaar uit een gen afkomstig van het ene ras en uit een gen afkomstig van het andere ras. Op deze manier krijgt men een maximum aan heterogene genenparen en een maximum aan winst op gebied van gezondheid.
Dit is hetgeen gebeurt bij de Iberofries. Er wordt vertrokken van fokzuivere geregistreerde paarden uit 2 verschillende stamboeken, die beiden over de gewenste eigenschappen beschikken.
Bij de 1e generatie is 100% van de genenparen een combinatie van genen uit beide rassen, en levert dit een maximum gezondheidsvoordeel op.
Bij de 2e generatie is nog steeds 50% van de genenparen een combinatie van genen uit beide rassen, en levert dit nog steeds een, weliswaar kleiner gezondheidsvoordeel op.

vergelijking Iberofries en Arabo-Fries
Bij beide kruisingen speelt het heterosis-effect een belangrijke rol, tenminste zolang het aandeel "nieuw" bloed minstens 25% bedraagt.
Bij de Arabo-Fries maakt men gebruik van de Arabische Volbloed, die reeds eeuwen gefokt is op uithoudingsvermogen. Kruisingen van de Arabische Volbloed met andere rassen bewijzen telkens dat de vitaliteit en het uithoudingsvermogen er met sprongen op vooruitgaat. Ook bij de Arabo-Fries gebeurt dit. Voor het fokken van sportpaarden, waar presteren het belangrijkste is, is dit de ideale keuze.
Bij de Iberofries wordt het Friese Paard gekruist met een PRE (AndalusiŽr), Lusitano of Lipizzaner. Deze rassen liggen wat betreft bouw, geschiedenis en karakter veel minder ver uit elkaar. Het resultaat levert wat betreft bouw en karakter veel minder verrassingen op.
Aangezien meer dan 95% van de paarden door niet professionele ruiters gereden wordt, en niet meedraaien in de topsport, fokken we bij de Iberofries in de richting van het ideale gebruikspaard. Dit ideale paard beschikt over een goed karakter en voldoende werklust, een nobele uitstraling, voldoende maat, en dit gecombineerd met een uitstekende gezondheid en een lange nuttige levensduur.

sleutelwoorden: zomerexzeem, arabofries, ibero-fries